Recent publiceerden J. Andrés Gannon (Vanderbilt University) een dataset van publieke militaire doctrines wereldwijd. Deze dataset bevat meer dan 800 documenten die betrekking hebben op militaire doctrines van meer dan 100 landen. Deze heb ik gedownload om eens een kijkje te nemen. Wat zou er in verborgen kunnen zitten?

De vorm
Het lastige aan dergelijke documenten is dat sommige landen zéér ijverig hun doctrines beschrijven, terwijl anderen maar korte stukjes schrijven. Neem Japan: met 32 documenten vertegenwoordigd in deze dataset, en gemiddeld 171.000 (!!!) woorden per document. Dat komt neer op zo’n 300 pagina’s aan militaire analyse en documentatie per jaar, open voor het publiek. Daar tegenover staan Malta, Niger, IJsland (een land zonder leger), Libanon en de Europese Unie, met een document uit 2009 (gedateerd; helaas bevat de dataset niet de Global Strategy uit 2016). Rusland staat genoteerd met gemiddeld 7.500 woorden: ook relatief erg kort, vergeleken met de V.S. en China (20.000 en 16.000 respectievelijk). Het land dat er ook uitspringt, is Frankrijk, met gemiddeld 53.000 woorden.

Grote verschillen dus. Zou er wel een globale trend zijn – wellicht dat we kunnen zien dat de aandachtsspanne afneemt en documenten korter worden, of dat er meer of minder aandacht wordt besteed aan het publiek maken van doctrines?

Uit de data valt op te maken dat dit niet het geval is (zie hierboven). Tot het jaar 1990 hebben we maar zeer weinig documenten en is de data niet representatief. Sinds 1990 is er geen trend te vinden — voor 2024 en 2025 zitten nog niet alle documenten in de dataset en zijn de getallen ook niet representatief. Het is juist uitzonderlijk constant: gemiddeld 30.000 woorden over meer dan 30 jaar. Voor individuele landen valt er ook geen trend te ontdekken — de lengte van de documenten schommelt vooral veel rond een landspecifiek gemiddelde. Mijn analyse: niet zozeer het jaar, maar de cultuur en traditie van het land bepalen de lengte en de aandacht die wordt besteed aan de publieke militaire doctrine.
Genoeg over de lengte — wat staat er eigenlijk in deze documenten? We verkennen de teksten door te zoeken naar woorden die betrekking hebben op technologie, dreiging, geopolitiek, operaties en governance. Elk van de woorden in onderstaande tabel staat voor een reeks variaties van een zoekterm, die we allemaal in de teksten zoeken en tellen. Zo krijgen we een grof beeld van welke onderwerpen aan bod komen. We normaliseren het aantal keer dat deze woorden voorkomen en drukken dit uit als het aantal vermeldingen per 10.000 woorden. De tabel geeft slechts een greep weer uit alle gezochte termen. We bespreken een selectie van termen die een interessante trend laten zien; dit is geen volledig overzicht van alle beschikbare data.

Technologie
De resultaten voor technologie zijn hieronder weergegeven. We kunnen hier goed zien wanneer bepaalde technologieën populair werden: cyber en space vanaf ongeveer 2010 tot 2025, en AI vanaf 2021. Rechtsboven zien we dat electronic warfare en hypersonic (weapons) een sterke opwaartse trend kennen. De trend van network-centric warfare, die vooral na de jaren negentig opkwam, is eveneens zichtbaar, maar lijkt inmiddels weer voorbij. Linksonder zien we de huidige ‘hot topics’: autonome (onbemande) systemen, zwermen en kwantumtechnologie. Opvallend is dat kwantum in 2025 even vaak voorkomt als autonome systemen. Rechtsonder verschijnen verdere operationele termen zoals C2 (Command & Control) en ISR (Intelligence, Surveillance & Reconnaissance). Hierbij lijkt sprake van een toename in aandacht voor ISR, terwijl de aandacht voor C2 relatief stabiel blijft.

Geopolitiek
Sinds 1990 zien we een gedeelde trend in referenties naar de V.S., Rusland en China: een afname richting de periode 2005–2010, gevolgd door een scherpe toename. Dit duidt op een waterscheiding rond deze jaren wat betreft de relevantie van geopolitiek voor militaire organisaties wereldwijd — mogelijk eerder dan veel analisten zouden aangeven. Opvallend genoeg is deze trend volledig afwezig bij internationale organisaties zoals de NAVO, de VN en de EU; daar is de frequentie van dergelijke referenties stabiel sinds het begin van het millennium. Rechtsboven en rechtsonder zijn nog enkele regio’s en landen weergegeven. Hier valt op dat de Indo-Pacific een sterke toename in frequentie laat zien, zowel als regio als in verwijzingen naar afzonderlijke landen, zoals Noord-Korea en Taiwan. Voor het Midden-Oosten en Europa is een duidelijke trend minder zichtbaar — al lijkt Europa, ondanks de oorlog in Oekraïne, juist minder vaak te worden genoemd.

Dreigingen
Ook bieden de doctrines inzicht in de relevantie van verschillende soorten dreigingen. De meest opvallende is wederom cyberdreiging. Sinds 2015 wordt cyber minstens zo vaak genoemd als nucleaire dreigingen. De ‘modetermen’ hybrid warfare en gray zone komen opvallend genoeg nog niet heel sterk terug in de doctrines.
Linksboven wordt duidelijk dat de term terrorism zijn piek heeft gehad en weer terug is op een niveau van vóór 2000. Dit is opmerkelijk, aangezien het aantal doden wereldwijd door terrorisme allesbehalve is afgenomen (zie onder). Het lijkt erop dat 9/11 een impuls heeft gegeven aan dit onderwerp, en dat sindsdien de meeste doden door terrorisme plaatsvinden in Afrika en het Midden-Oosten, regio’s die (1) minder aandacht krijgen in de doctrines en waar bovendien (2) minder documenten van militaire doctrines voor beschikbaar zijn.

Sinds het begin van het millennium zien we ook een toename van deterrence en nuclear. Dit valt samen met de terugkeer van grootmachtreferenties: er wordt steeds meer aandacht besteed aan deze onderwerpen. Dit kan duiden op een toenemende rivaliteit en een hogere dreigingsperceptie tussen de landen.

Governance/Operationeel
Als laatste heb ik nog een aantal zoekopdrachten gedaan naar operationele en gouvernementele termen. Een opvallende is joint operations; deze ziet een vervijfvoudiging in populariteit. Deze term, die verwijst naar de gecombineerde inzet van de verschillende onderdelen van de strijdkrachten — land, zee, lucht en intelligence — lijkt me terecht populair, aangezien ze ook samenhangt met de technologische ontwikkelingen rondom communicatie en data.
Verder wil ik benadrukken dat de term multilateral(ism) (waar ook alliance(s) onder valt) niet in frequentie afneemt en zelfs licht toeneemt. Ondanks dat de grootmachten ook vaker genoemd worden, lijkt het belang van allianties onomstreden.

Conclusie
Deze verkenning laat zien dat militaire doctrines een uniek venster bieden op de prioriteiten en zorgen van landen. Verschillende landen hebben verschillende soorten doctrines, vooral bepaald door de publicatiestrategie van de doctrine van het land zelf.
Technologische ontwikkelingen als cyber, AI en autonome systemen domineren steeds meer de aandacht, terwijl klassieke dreigingen als nucleaire afschrikking een opmerkelijke comeback maken. Actuele ‘hot topics’ omvatten autonome systemen, zwermen en kwantumtechnologie. Operationele termen zoals C2 (Command & Control) blijven stabiel, terwijl ISR (Intelligence, Surveillance & Reconnaissance) en joint operations toeneemt. Dreigingen veranderen ook: cyber wordt evenvaak genoemd als nuclear, terwijl hybrid warfare en gray zone nog beperkt voorbijkomen.
De geopolitieke focus neemt toe en verschuift: grootmachten worden vaker genoemd en de Indo-Pacific en Aziatische landen komen vaker voorbij, terwijl terrorisme na zijn piek rond 2005-2010 daalt in relevantie — ondanks dat de feitelijke dreiging wereldwijd niet is afgenomen. Desondanks hebben deze ontwikkelingen geen invloed op de relevantie van diplomatie en allianties.
Samenvattend laat een snelle scan van de doctrines zien dat militaire strategieën en de toekomst van oorlogvoering wereldwijd steeds technologischer en autonomer, operationeler geïntegreerd en geopolitiek bewust worden. Verdere analyse is zeker mogelijk: naast deze termfrequentie analyse kan ook een sentiment analyse worden uitgevoerd of een geopolitiek salience netwerk: met het laatste is de auteur van de dataset zelf aan de slag.
Geef een reactie